Privé- en beroepsgebruik van een wagen: hoe zit dat met de btw?

De btw die u betaalt op een bedrijfswagen die u zowel privé als beroepsmatig gebruikt is niet volledig aftrekbaar. Deze ‘nieuwe regeling’ geldt al sinds begin 2011. Hoe het privégedeelte juist moet worden berekend, zorgde echter voor heel wat onduidelijkheid. Met een addendum heeft de administratie nu wat meer uitleg gegeven. Deze regeling geldt vanaf 1 januari 2013.

De administratie beloofde eind 2011 al meer uitleg te geven bij haar zienswijze en de berekeningswijze van het privégedeelte. Eind 2012 kwam het addendum er dan eindelijk. De administratie stelt daarin drie methoden voor, waarmee het beroepsgedeelte/privégedeelte van de wagen kan worden vastgesteld.

Vooraleer daarop in te gaan herinneren we u er aan dat woon-werkverkeer als privéverplaatsingen worden beschouwd. Bovendien geldt naast deze bijzondere regeling sowieso een algemene aftrekbeperking voor autokosten tot 50 % : u zal dus nooit meer dan 50 % van de btw op de aankoop van uw bedrijfswagen kunnen aftrekken, ook al gebruikt u het voertuig nagenoeg enkel beroepsmatig.

Eerste methode: rittenadministratie

Zoals het woord 'rittenadministratie' het al zegt, moet de onderneming bij deze methode een hele administratie bijhouden.

Voor iedere beroepsmatige rit moet u de volgende gegevens noteren:

datum;

begin- en eindbestemming;

aantal afgelegde kilometers;

totaal aantal kilometers per dag.

Op basis van deze gegevens wordt het totaal aantal beroepskilometers bepaald. Vervolgens berekent u dan de verhouding van de beroepskilometers tot het totaal aantal afgelegde kilometers tijdens het jaar.

Voorbeeld

U bent zaakvoerder van een bvba en houdt keurig uw rittenadministratie bij: gedurende het jaar heeft u 7.500 beroepskilometers gereden. Bij het begin van het jaar bedroeg de kilometerstand van de wagen die de vennootschap u ter beschikking stelt 8.300 kilometer en op het einde van het jaar 27.050 kilometer. Dat jaar heeft u in totaal dus 18.750 kilometer afgelegd met de bedrijfswagen, waarvan 7.500 of 40 % (7.500/18.750) beroepsmatig. 

Tweede methode: een formule met een forfait

De tweede methode werkt met een formule gecombineerd met een forfait van 6.000 kilometer voor de 'zuivere' privéverplaatsingen (andere privéverplaatsingen dan woon-werkverkeer). Met deze formule berekent u dus het aantal afgelegde privékilometers.
(afstand woon-werk x 2 x 200 + 6.000)/ totale afstand afgelegd tijdens het jaar

De '200' in de formule is het aantal werkdagen en wordt eveneens forfaitair vastgesteld, dat wil zeggen dat er al rekening gehouden werd met vakantie- en ziektedagen, en occasioneel thuiswerk.

Voorbeeld

U bent zaakvoerder van een bvba. U woont op 27 km van uw werk. In het totaal legt u jaarlijks 28.000 km af.  Uw privégebruik bedraagt: 27 x 2 x 200 + 6.000 = 16.800 kilometer. Dat is 60 % van het totaal aantal afgelegde kilometers. Het beroepsgebruik bedraagt ook hier 40 % (100 % - 60 % privégedeelte).

Stel dat u uw wagen pas in de loop van het jaar in gebruik neemt: in dat geval mag u de forfaits, nl. de '6.000 kilometer' en de '200 werkdagen', wel  toepassen in verhouding tot het aantal dagen dat het jaar nog loopt. Dus als u de wagen koopt in het midden van het jaar ongeveer 3.000 km en 100 dagen.

Derde methode: een algemeen forfait van 35 %

Een laatste methode is het bijzondere forfait van 35 %: deze methode mag enkel toegepast worden door ondernemingen die een wagenpark met minstens vier wagens hebben. Wie voor dit forfait kiest, moet het minstens vier jaar toepassen.

Combineren van methodes

Methode (3) kan niet met de andere methodes gecombineerd worden. Methode (1) en (2) gelden  per auto. Een onderneming kan dus best voor wagen A methode (1) toepassen en voor wagen B methode (2).

Hoe zit het dan precies met de aftrek?

U kan de door u betaalde btw slechts recupereren ten belope van het beroepsgebruik van de wagen. De aftrekbeperking geldt voor alle kosten die de btw-plichtige doet met betrekking tot deze wagen: de aankoop, maar ook brandstof, herstellingen, onderhoud...

Voorbeeld

Uw vennootschap koopt in de loop van 2011 een wagen voor 50.000 euro en betaalt daarop 10.500 euro btw. De wagen wordt ter beschikking gesteld van u, als zaakvoerder. Het totaal van uw privéverplaatsingen bedraagt volgens methode (1) (hierboven besproken)  60 %  van het totaal aantal afgelegde kilometers. Dit wil zeggen dat 40 % van de betaalde btw aftrekbaar is. De vennootschap kan 4.200 euro btw recupereren.

Herziening?

Bij methode (1) en (2) weet u bij het begin van het jaar uiteraard nog niet hoeveel privékilometers/beroepskilometers u precies zal afleggen dat jaar. Daarom moet u bij het in gebruik nemen van de wagen een raming doen onder toezicht van de administratie. Als op het einde van het jaar blijkt dat het werkelijke beroepsaandeel van de raming afwijkt, moet er een herziening gebeuren. Bij methode (3) wordt er geen herziening toegepast.

Voorbeeld

U verhuist in 2012 naar de andere kant van het land. Hierdoor stijgt uw woon-werkverkeer, maar dalen uw andere privékilometers tot 6.500 km. In totaal stijgt uw privégebruik volgens de door u toegepaste methode (1 of 2)  tot 75 %. Het beroepsgedeelte zakt nu dus van 40 % naar 25 %.

Voor elk jaar dat deze wijziging geldt, moet u de aftrek 'herzien' ten belope van 1/5.

Dat komt neer op: de aftrek die u heeft gedaan (40 % of 4.200 euro)  verminderd met de aftrek waar u recht op heeft in functie van uw beroepsgebruik (25 % of 2.625 euro). En dat resultaat gedeeld door 5.

De formule wordt dan: [(10.500 x 40 %) - (10.500 x 25 %)] x 1/5 = 315 euro.

Deze 315 euro werd teveel afgetrokken en moet u aan de Schatkist terugstorten.

Wat als u moet betalen voor de terbeschikkingstelling van de wagen?

Als u als  zaakvoerder of werknemer voor het gebruik van de wagen een vergoeding moet betalen, is de terbeschikkingstelling uiteraard wel een belastbare dienst, waardoor de problematiek van de aftrekbeperking beroeps/privé niet speelt. Het feit dat u arbeid levert voor de onderneming, wordt door de administratie niet als tegenprestatie (vergoeding) van de terbeschikkingstelling beschouwd.

Vanaf wanneer toepassen?

Eigenlijk zijn de regels al van toepassing sinds 1 januari 2012 (zoals aangekondigd door de circulaire van 20 oktober 2011).

Gelukkig geldt er wel een overgangsregeling: vanaf 2013 geldt het nieuwe systeem ten volle. Voor 2012 mag u de oude berekeningsregels blijven toepassen. Wie het nieuwe systeem al vanaf 2012 wil toepassen mag dat ook.

KANTOOR VOSSELAAR
Antwerpsesteenweg 188
2350 Vosselaar
Tel. 014 62 21 90
Fax 014 61 92 58

KANTOOR LOMMEL
Louis Pasteurstraat 17c
3920 Lommel
Tel. 011 55 04 10
Fax 011 55 04 19

info@vanmiert.be