Schijnzelfstandigen: weerlegbaar vermoeden in 4 sectoren geldt niet voor familiale arbeidsrelaties

Om de sociale fraude door schijnzelfstandigen en schijnwerknemers beter te bestrijden, wordt in 4 beroepssectoren een wettelijk weerlegbaar vermoeden ingevoerd. Aan de hand van 9 specifieke criteria gaat men na of men te maken heeft met een werknemer of met een zelfstandige. Dit weerlegbaar vermoeden geldt niet wanneer nauw verwante familieleden samenwerken in een zogenaamde "familiale arbeidsrelatie". Wat moeten we hieronder verstaan?

Gevolgen sociale fraude

Schijnzelfstandigen zijn werknemers die het statuut van zelfstandige hebben, terwijl ze in werkelijkheid een beroepsactiviteit uitoefenen onder het gezag van een werkgever. Schijnzelfstandigheid heeft vooral gevolgen voor de betaling van de sociale bijdragen en de bedrijfsvoorheffing. U kan bepaalde patronale bijdragen ontlopen die u verschuldigd bent in het kader van de loondienst. De schijnzelfstandigen zelf hebben geen recht op vooropzeg, op opzeggingsvergoedingen als hun overeenkomst wordt verbroken, noch op een gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid door een ongeval of ziekte.

Wettelijk weerlegbaar vermoeden voor 4 fraudegevoelige sectoren

Om de sociale fraude door schijnzelfstandigen en schijnwerknemers beter te kunnen aanpakken, wordt in 4 beroepssectoren een wettelijk vermoeden ingevoerd. Die 4 sectoren zijn de bouw-, bewakings-, vervoers- (uitgezonderd ambulancediensten of vervoer van gehandicapten) en schoonmaaksector. Wie werkzaam is in die sectoren en aan meer dan de helft van de in de wet opgesomde specifieke criteria voldoet, wordt als werknemer beschouwd. Is dat niet het geval, dan wordt men als zelfstandige beschouwd. Dit vermoeden kan wel worden weerlegd.

Familiale arbeidsrelaties vallen niet onder het toepassingsgebied

Het vermoeden geldt echter niet wanneer nauw verwante familieleden samenwerken in een zogenaamde "familiale arbeidsrelatie". Een familiale arbeidsrelatie is een samenwerking tussen:

bloed- en aanverwanten tot de derde graad;

wettelijk samenwonenden;

een vennootschap en een persoon, waarbij

die persoon een bloed- of aanverwant tot de derde graad is van een vennoot die meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap bezit of er wettelijk mee samenwoont of

die persoon een bloed- of aanverwant tot de derde graad is van meerdere vennoten die samen meer dan 50% van de aandelen van de vennootschap bezitten.

In de praktijk zal een arbeidsrelatie tussen nauw verwante familieleden dus zelden als schijnzelfstandigheid worden beschouwd. Volgens staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez richt de strengere aanpak zich niet op familiebedrijven. “Heel wat kleine ondernemingen stellen familieleden tewerk, vaak volgens het statuut van zelfstandige werknemer. Dat is de normale gang van zaken en vormt geen enkel probleem”, verduidelijkt de staatssecretaris.

De beoordeling of iemand in zo'n familiale arbeidsrelatie als zelfstandige of als werknemer werkt, gebeurt aan de hand van de algemene regels. De 4 “algemene criteria” om de aard van een arbeidsrelatie te bepalen en eventueel te herkwalificeren zijn: de wil van de partijen, de vrijheid om de werktijd te organiseren, de vrijheid om het werk te organiseren, en de mogelijkheid om een hiërarchische controle uit te voeren.

Deze bepalingen worden toegepast vanaf 1 januari 2013, tenzij een vroegere datum wordt bepaald.

KANTOOR VOSSELAAR
Antwerpsesteenweg 188
2350 Vosselaar
Tel. 014 62 21 90
Fax 014 61 92 58

KANTOOR LOMMEL
Louis Pasteurstraat 17c
3920 Lommel
Tel. 011 55 04 10
Fax 011 55 04 19

info@vanmiert.be